Fundamenten democratie zijn geen wisselgeld: derde gastcolumn Volkskrant

Derde gastcolumn Volkskrant.

Kabinet-Rutte III verdient een patent in irrationele besluitvorming: doen waaraan het gros van het volk geen behoefte heeft. Was het eerst de afschaffing van de dividendbelasting en het referendum, nu is daar het voornemen van de gekozen burgemeester.

 

Compromisvorming vanwege een regeerakkoord is normaal natuurlijk. Als meerdere partijen elkaar willen vinden, moet er water bij de wijn. Geen probleem. Maar als ingrijpende veranderingen in het openbaar bestuur opeens onderwerp van partijpolitiek handjeklap worden, moeten alle alarmbellen afgaan. Fundamenten van de democratie zijn geen wisselgeld.

 

D66 heeft in de formatie bedongen om de Kroonbenoeming van de burgemeester uit de grondwet te halen. Deconstitutionalisering heet dat. Daarmee kan via een gewoon wetvoorstel een andere selectiewijze van de burgemeester worden vastgesteld. Maar welke dat gaat worden, is nog helemaal niet zeker. D66 wíl graag een gekozen burgemeester, maar óf die er gaat komen is onduidelijk. Hoe de toekomstige krachtsverhoudingen in de Tweede Kamer zullen zijn, weet namelijk niemand.

 

Misschien was Nederland ooit rijp voor een gekozen burgemeester, maar die ligt nu wel definitief achter ons, zoals een geblondeerd permanent bij vrouwen of een pruisische snor bij mannen.

 

‘Blijf met je fikken af van de burgemeester’ zou ik bijna zeggen. Het grote misverstand is dat een opmerking als deze ondemocratisch zou zijn, een pleidooi voor oubollige oligarchie. Maar ik voel me niet aangesproken. Geef mij maar een raadgevend referendum en gratis erbij een volkstribunaal voor grote politieke corruptiezaken, mits goed georganiseerd. Serieus. Het gaat erom in welke functie het volk een grotere rol krijgt en vooral waarom. Meer bestuurlijke invloed van de burger is helemaal niet verkeerd, maar doe het daar waar het moet. Echter, evenzo geldt dit andersom: bestuur door excellente enkelen hebben we ook nodig. Zoals de burgemeester.

 

D66 bevindt zich in raar gezelschap. De grootste Democraten66 haters – de PVV en FvD – zien de burgemeesterbenoeming als hét symbool van de Haagse baantjescarrousel: een sterfhuis voor afgedankte politici. Zij steunen het voorstel juist om politici van het ‘type D66’ niet meer aan de knoppen te laten zitten. Maar Rob Jetten wil per se zijn ‘succes’ behalen. Welcome in crazy town The Hague.

 

Het zou hilarisch zijn als het niet zo hachelijk is. Politici hebben er een handje van om met een zelfbedacht medicijn de kwaal alleen maar te vergroten – zie ook het idee van een Europees leger. Deconstitutionalisering zal leiden tot een politisering van de burgemeester. Denk maar aan de Amerikaanse president, welke verkiezing een circus is waarbij het godganse land in tweeën wordt gehakt. Willen wij de burgemeester schizofeen hebben, dan moeten we vooral zo doorgaan.

 

De kunst van politiek is het vinden van een balans. En in Nederland is die er niet, laat dat duidelijk zijn. Maar voordat er met de botte bijl gehakt gaat worden, wens ik bij de elite wat meer reflectie over dat openbare bestuur. Ik mis de handelingsrust en intellectuele bereidheid om na te denken over wat nodig is. Men schmiert met Thorbeckes biografie, maar neemt niet de tijd tot werkelijke reflectie. Er worden dagelijkse kantelsessies en innovatieworkshops gehouden, maar zodra het richting een grondslagendiscussie gaat, krijgt elke bestuurder zin in koffie. “Nee, daarvoor is geen tijd, die discussie is voor studiekamergeleerden.” Zodra de wat-vraag wordt gesteld, rent men naar de nooduitgang voor de hoe-vraag. Boeiuh.

 

Zolang we niet wensen stil te staan bij wat besturen eigenlijk is, komen we in dit soort bizarre situaties terecht: dat we een fundament van het openbaar bestuur prijsgeven voor een kortzichtige partijpolitieke uitruil.

 

Een vriend van mij is burgemeester van een kleine gemeente, eentje waar de WC van het raadhuis nog gedeeld wordt door wethouder en burger. Geweldig, vind ik, want politiek moet ook voor hoge bestuurders concreet aanvoelen: zoals een boer dagelijks in de weer is met zijn koeien of een winkelier met haar klanten.

 

Hij voelde zich vereerd toen hem verzocht werd ook te solliciteren en had hoge verwachtingen van het ambt. Maar achteraf, zo zei, had hij eigenlijk geen idee wat het betekende. Hij begreep het pas toen hij het was geworden.

 

Ontroerd vertelde hij mij hoe mensen naar hem keken tijdens openbare bijeenkomsten. Dat had hij nog nooit meegemaakt. Inwoners die hem met ontzag de hand schudden, kinderen die hem tekeningen aanboden. Toen besefte hij: ik bekleed een functie die heel veel betekent voor mensen.

 

Zelf ervaarde ik het gewicht van zijn burgemeesterschap op een andere manier. Tijdens een bezoek dronken we koffie in zijn werkkamer. We deelden amicale en professionele wederwaardigheden uit, toen opeens een loeiende ambulance voorbij kwam. Verschrikt keek hij op. Ik zag hem de situatie inschatten.

 

Het was bijkans een fysieke ervaring: ik voelde de zwaarte van zijn ambt. Ik begreep opeens in welke wereld hij zich bevond: die van de politieke verantwoordelijkheid. Een bestuurder draagt een zorg bijna zoals ouders voor hun kinderen. Vandaar de naam burgervader.

 

Ik moest denken aan het klassieke Athene, de tijd waarin besturen werd gezien als het offer dat je bracht aan de polis. De pracht en tragiek hiervan. Wie er in de ambulance lag, waar het voertuig naar toe ging, dat waren de vragen die speelden in zijn hoofd. De verantwoordelijkheid die je voelt als bestuurder in de wetenschap dat maar weinig in je macht ligt. Je kan het nooit goed doen, maar doet het sowieso naar alle kunnen.

 

De discussie over de gekozen burgemeester is een geforceerde discussie omdat over de inhoud van het ambt nauwelijks twijfel bestaat. Iedereen beaamt dat een burgemeester boven de partijen moet staan en de openbare vrede bewaakt. Laten we dat vooral zo houden.

Share your thoughts