Verdedig het liberalisme met hand en tand! Tweede gastcolumn Volkskrant

Misschien ken je dat gevoel, dat je angst voor de apocalyps zich niet meer beperkt tot een avondje onschuldig griezelen bij The Walking Dead, maar harde realiteit lijkt te zijn geworden. Nadat je leest over de gruwelijke snelheid van de mondiale natuurvernietiging of wéér een krankzinnige uitbarsting van sektarisch geweld hebt gadegeslagen. Dat je echt denkt dat de mensheid een doodlopende weg is ingeslagen.

Volgens mij had Stephen Fry zo’n bui toen hij vorige week de dood van het klassieke liberalisme verkondigde. Deze Britse alleskunner, bekend van onder meer Blackadder, de BBC-quiz QI, en recentelijk de bestseller Mythos, concludeerde op het Festival of Dangerous Ideas dat het oude gematigde liberalisme de strijd verloren heeft. Vertrapt onder de hoeven van, ter rechterzijde, het agressieve kapitalisme en religieuze fundamentalisme en, ter linkerzijde, de identiteitspolitiek. Volgens Fry hebben deze extreme stromingen de redelijkheid definitief verstikt. Nieuwsgierigheid en tolerantie zijn geen partij meer voor deze steile waarheidspredikers.

En het neoliberalisme dan?

Als ‘oplossing’ predikt hij opting out of politics: trek je terug nu het nog kan. Dan red je in ieder geval je eigen eer. Ik was geshockeerd door Fry’s wanhoop. Niet zozeer vanuit medelijden, maar eerder vanwege een lichte frustratie. Waarom drukt deze geweldige uomo universale, deze liefhebber van de klassieken en welbespraaktheid zich zo defaitistisch uit?

Ik deel weliswaar zijn zorgen, maar zijn oplossing is geen oplossing en zijn analyse schiet tekort. Inderdaad, het klassieke liberalisme speelt al lang niet meer een rol van betekenis in het politieke debat, maar zijn boze broertje wel degelijk: het neoliberalisme. En dat lijdt allesbehalve een kwijnend bestaan. Oog voor het neoliberalisme heeft Fry echter niet.

Ik zou het nog sterker willen formuleren: het klassieke liberalisme heeft het niet zozeer afgelegd tegen identiteitspolitiek of religieus extremisme, maar tegen het neoliberalisme. Ook neoliberalisme is een vorm van identiteitspolitiek. Zijn leidraad is survival of the fittest: alle lof voor de beste geldverdieners, de beste ideeënmakers, de mensen die het lukt om te komen bovendrijven in de globale rat race. Tolerantie voor minderheden is daarom nooit een sterke eigenschap van de neoliberaal geweest. Je best doen, niet zeuren en je verantwoordelijkheid nemen. Daar gaat het om.

Bombastisch recht op kwetsen

Het neoliberalisme heeft de extreme varianten van identiteitspolitiek naar mijn idee zélf opgeroepen. Het bombastische recht op kwetsen is dankbaar overgenomen door andere cultuurstromingen. Als zij het mogen, waarom wij dan niet? Het neoliberalisme afficheerde zichzelf zo graag als apolitiek en neutraal, maar heeft door zijn afgrijselijke machismo zijn eigen nachtmerrie veroorzaakt.

Toch blijft Fry’s probleemstelling staan als een huis. De politisering van identiteit heeft ons politieke klimaat vernield, of ze nou neoliberaal, islamitisch, veganistisch of christelijk is. Fry is ook helemaal geen tegenstander van identiteit per se, alleen wel van de manier waarop ze misbruikt wordt in het politieke debat. Gevoelens van anti-racisme, seksisme of zelfs winstbejag zijn menselijk, maar dat is nog geen rechtvaardiging om ze full force in te zetten als politiek instrument.

Neem Fry zelf. Als er nou iemand rondloopt met een karrevracht aan emoties, talenten en zwakten, dan hij wel. Fry weet als homoseksueel wat seksisme is. Hij weet als geen ander hoezeer identiteitspolitiek soms nodig is om de belangen van niet-heteroseksuelen te verdedigen. Ook materiële hebzucht is hem niet vreemd. In zijn documentairereeks The Secret Life of the Manic Depressive, verhaalt hij van zijn stoornis en maakt hij er geen geheim van soms een enorme koopwoede te hebben.

En zelfs religiositeit is hem niet vreemd. Hoewel hij absoluut geen liefhebber van God is, is zijn gevoel voor drama, symboliek en romantiek enorm. Zijn hele oeuvre is ervan doordrenkt. Fry is een groot liefhebber van de onvoorspelbaarheid en ironie van het leven. Allesbepalend is de vraag die hij zichzelf en zijn bipolaire lotgenoten stelt: als er een pil tegen je stoornis uitgevonden zou worden, zou je hem nemen? Iedereen inclusief Fry zelf antwoordt klip en klaar: nee. Zijn chronische aandoening is zowel een grote handicap als een stille zegen.

Daarom zou ik Fry de vraag opnieuw willen stellen. Willen we dat het klassieke liberalisme heeft verloren of gaat verliezen? Nee toch?

Politisering vs. old school liberalisme

Waarom zou een hedendaagse politicus er niet voor kunnen kiezen een klassieke liberaal te willen worden? Of andersom: door welke politicus zouden wij eigenlijk bestuurd willen worden? Deze vraag schotel ik raadsleden uit heel Nederland voor. Hun antwoorden lijken altijd verrassend op elkaar. Gematigdheid overheerst.

Zij willen bestuurd worden door weldenkende bestuurders, die een brede kennis van zaken hebben, een empathische houding etaleren en die de durf hebben om beslissingen te nemen.

Klinkt hier niet stiekem de bestuurder die Fry zo node mist? Inderdaad, de klassieke liberaal die niet gekant is tegen vreemdheid en andersheid, maar er mee weet om te gaan. Een zachte bestuurder, maar eentje die ook niet bang is om te besturen.

Die tegenstelling tussen identiteitspolitiek versus liberalisme is misleidend. Het gaat om politisering versus old school liberalisme wat mij betreft. Het klassieke liberalisme is als levensvisie helemaal niet dood. Het valt alleen niet zo op in het geweld van de identiteitspolitiek. We moeten het klassieke liberalisme met hand en tand gaan verdedigen, als een beweging tegen welke politisering dan ook!

Gerard Drosterij is politiek filosoof. Deze maand is hij gastcolumnist van de Volkskrant

Share your thoughts