We moeten de consensus niet opgelegd krijgen: vierde gastcolumn Volkskrant

https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/gastcolumn-we-moeten-niet-de-consensus-opgelegd-willen-krijgen-van-bovenaf-maar-er-zelf-dagelijks-naar-streven~bd5dcd16/Ik heb lang gewacht met het aanklikken van het filmpje van die schuimbekkende demonstranten in Eindhoven. Ik had geen behoefte. Sterker, ik voelde weerzin. De moraal was toch al bekend: het schreeuwende bewijs van de onderbuik van Nederland. Het was scoren voor open doel. Vice had het perfecte mediamomentje gemaakt. Mijn twittertijdlijn stond bomvol boze mensen.

 

Welk nut had het filmpje? Die hooligans waren dankbare strohonden in de strijd tegen racisme. Ik kreeg bijna medelijden met hen – Vader vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen. Absurd wel, maar zo voelde het. Waarom? Omdat ik de wereld niet in goede en slechte mensen wil verdelen. Omdat ik vind dat we de wereld niet in goede en slechte mensen mogen verdelen. Omdat ik bang ben voor een wereld van zo’n opgedeelde mensheid.

 

Wat wisten we eigenlijk nog niet vóórdat we op het filmpje klikten? Dat er mensen zijn die verlangen naar een Hitler, dat er lieden rondlopen die diep in hun hart niets hebben met donkere mensen? Maar dat weten we allang, zo oud als de aarde is, zoals we weten dat veel miljonairs gierig zijn, dat sommige Polen uitkeringen leegtrekken, dat kinderen sterven in Jemen, en dat er priesters zijn die het celibaat te grabbel gooien.

 

Toch is dit geen pleidooi voor nihilisme, maar wel voor realisme. Ik heb een gruwelijke hekel aan onrecht en geweld, zoals het gros van ons. Toch is de wereld is er vol van. Ik probeer mijn dagelijkse verontwaardiging te verzachten, mijn irritaties weg te nemen door mijn steentje bij te dragen aan een betere wereld. In dat opzicht doen meningen er niet veel toe. Het gaat erom wat mensen doen in hun leven. En wat weten wij daar nu van? We denken er alles van te weten, zoals van die hooligans.

 

Meningen doen de werkelijkheid meestal meer kwaad dan goed. Blijven denken is veel beter. Bijvoorbeeld dat Sinterklaas een kinderfeest is, maar dat zwarte piet racisme is, dat de roetpiet misschien een ideale middenweg, maar dat zwarte piet niet hetzelfde is als blackface, wat niet wegneemt dat Nederland maar moeilijk om kan gaan met zijn kolonialisme, hoewel het eigenlijk ook een fantastisch tolerant land is. Al deze gedachten dragen een kern van waarheid. Maar niet een ís de waarheid.

 

Ik vind daarom ook zo lastig als studenten om mijn mening vragen. Die is niet zo belangrijk, want die heb ik nooit echt –, tenminste, die heb ik wel, maar dan wel in een plurale veelvoud. Je kan zoveel over iets zeggen, zo wil ik ook het liefst lesgeven.

 

Tolerantie in mijn woordenboek is de capaciteit om verschillende perspectieven rustig te kunnen bekijken en daarmee verstandig om te gaan. Bij fenomenen van extremisme denk ik niet: wat vind ik ervan, maar wat moeten we ermee, hoe moeten we ermee omgaan? Dat is mijn beroepsdeformatie als politiek filosoof. Omgaan met het verschil zoals het cliché luidt. Het zou de deformatie van veel meer mensen weer mogen worden wat mij betreft.

 

Nog steeds wordt er gehamerd op het onversneden recht op meningsuiting en demonstratie: om overal en altijd ‘zwarte piet is racisme’ te kunnen roepen als ook om zwarte piet te vuur en te zwaard te blijven verdedigen. In Den Haag worden ze er moedeloos van, want politici willen eigenlijk gewoon dat die roetpiet omarmd wordt. Zoals Asscher zei: “Het feit dat je niet echt iets heel ergs verliest als je zwarte piet aanpast, dat is hier belangrijk, want je wil dat het een feest is voor ieder kind.”

 

De roetpiet symboliseert de gefrustreerde wanhoop van mensen die niet goed met verschil om kunnen gaan. Die consensus willen afdwingen. Maar dat kan nooit het doel zijn van politiek. Want dan hef je de politiek op.

 

Die andere ‘tokkie’ die vorige week in het nieuws was, was Utrechtenaar Ries van Dijk. Hij dreigde een jaar geleden het AZC in zijn buurt in de fik te steken, maar had zich vergist erkent hij nu. Het was heel anders gegaan: de vluchtelingen groetten hem, hij was ze gaan helpen en bouwde zelfs een vriendschap op met de Syrische Randa.

 

Ries werd natuurlijk de hoop van weldenkend Nederland. De nationale knuffelroetpiet. Het spiegelbeeld van de Eindhovense hooligan.

 

Maar moeten we nu zo naar Ries kijken en hem heilig verklaren? De wonderbaarlijke transformatie van Ries? Het is een kapitale fout volgens mij. Ries is óók een hooligan, zoals die hooligan Ries is. Wij zijn allemaal hooligan van tijd tot tijd, zoals wij ook Ries kunnen zijn. Het is niet het een of het ander. In Ries zat al het goede, als ook al het slechte. Zowel de nuance als het vooroordeel.

 

Willen we de wereld als een domme Hollywoodfilm zien? Nee toch? Zo ís het leven niet, en godverhoede dat het zo wordt. We moeten niet die consensus opgelegd willen krijgen van bovenaf, maar er zelf dagelijks naar streven, met vallen en opstaan, en onderwijl de verschillen accepteren. En dat hoeft ook niet altijd te lukken, sterker, vaak zal het eerder mislukken. Who cares?

 

Maar het gaat de andere kant op. Zelfbenoemde strijders voor rechtvaardigheid en het vrije woord zijn al lang en hard bezig met de uitvoer van het tegenovergestelde: de verwerping van het verschil. Zodat zelfs die dierbare, relatieve vrede in Nederland, de oppervlakkige consensus, er niet eens meer in lijkt te zitten. De constante overdosis aan sterke meningen in de media ondergraaft eerder de vrijheid van het woord dan dat hij hem ondersteunt. Daar zit geen Ries in, maar alles wat Ries niet wil zijn.

Share your thoughts